7 ideeën voor Amsterdam 


“Great minds discuss ideas
Average minds discuss events
Small minds discuss people”

-E.Roosevelt-

7 ideeën voor Amsterdam 


“Great minds discuss ideas
Average minds discuss events
Small minds discuss people”

-E.Roosevelt-

Amsterdam is met haar 180 nationaliteiten één van de meest diverse steden op aarde. Die diversiteit maakt de stad erg aantrekkelijk maar tegelijkertijd merken we dat verschillende culturen met elkaar kunnen botsen, vaak ook in de klas. Bovendien is het niet vanzelfsprekend dat alle kinderen dezelfde kansen krijgen. Sterker nog de kansen die een kind krijgt zijn, ook in Amsterdam, sterk afhankelijk van het opleidingsniveau of de sociaal economische draagkracht van de ouders.

De kansen van kinderen zijn niet vanzelfsprekend eerlijk verdeeld. Zo stelt de VO raad in een brief van 25 januari 2017[1] aan de tweede kamer dat het zogenaamde commerciële schaduwonderwijs de kansenongelijkheid van kinderen van ouders met beperkte financiële draagkracht vergroot . Daarom pleit de VO-raad onder meer voor extra onderwijstijd voor leerlingen met laagopgeleide en financieel minder draagkrachtige ouders. Schaduwonderwijs moet uit de schaduw worden getrokken om te kunnen voldoen aan de geldende kwaliteitsnormen van het reguliere onderwijs én aan te sluiten bij de onderwijsinhoud en pedagogisch-didactische visie van de school.

Ook de onderwijsinspectie maakt zich zorgen over kansengelijkheid in het onderwijs. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs is zeer hoog alleen de verschillen in kansen van kinderen worden groter, aldus de Inspecteur Generaal van de Inspectie.[2] Leerlingen met laagopgeleide ouders krijgen een lager advies voor het voortgezet onderwijs dan leerlingen met hoogopgeleide ouders.  De  verschillen in adviezen voor leerlingen met hoger en lager opgeleide ouders lopen steeds verder uiteen, met name omdat de hoogte van de adviezen voor leerlingen met laagopgeleide ouders daalt.[3] Opvallend is de toename van leerlingen met een migratie achtergrond in het vmbo, waar al relatief veel leerlingen van niet-westerse afkomst naartoe gaan. In het vwo zien we geen stijging van het percentage leerlingen van niet-westerse afkomst. De landelijke stijging geldt dus niet voor dit schooltype. Het percen­tage leerlingen van niet-westerse afkomst ligt op de VWO scholen steeds rond de 10 procent.

Ook onderzoek van OIS laat specifiek voor Amsterdam zien dat met name op het VWO kinderen met een migratie achtergrond ondervertegenwoordigd zijn.[4] De categorale VWO scholen zijn binnen het voortgezet onderwijs de meest gesegregeerde scholen in Amsterdam.[5] Uit de statistieken blijkt ook dat de adviezen die leerlingen krijgen aan het einde van de basisschool afwijken al naar gelang de afkomst, het inkomen of de sociaal economische status van de ouders. Kinderen met laagopgeleide ouders krijgen significant vaker een lager schooladvies dan kinderen met een vergelijkbare intelligentie met hoger opgeleide ouders.

Een ronde langs de categorale VWO scholen bevestigd het beeld dat de cijfers laten zien. Tegelijkertijd blijkt dat juist de schoolteams op die scholen zeer bereid zijn om daar wat aan te doen. Heel veel leraren kiezen juist voor het onderwijs omdat zij sociaal bewogen zijn en emancipatie van alle kinderen en van de belangrijkste drijfveren in hun werk vinden.

Ik stel voor dat D66 een Amsterdams talentenprogramma start. Dit programma bestaat uit verschillende onderdelen en wordt, vanzelfsprekend, in nauwe samenwerking met alle scholen in Amsterdam opgestart en uitgevoerd. Eerst brengen we in kaart op welke basisscholen er verhoudingsgewijs te weinig vwo of havo adviezen worden afgegeven. Met die scholen gaan we specifiek aan tafel zitten en onderzoeken wat de achterliggende oorzaken zijn dat er geen of nauwelijks leerlingen van die scholen naar het naar het VWO gaan. Zo heeft het 4e Gymnasium bijvoorbeeld actief contact gezocht met basisscholen die nooit leerlingen naar hun school toestuurden. Met die scholen hebben zij inmiddels een warme overdracht, wat de drempel om voor een dergelijk school te kiezen aanzienlijk verlaagt. Ook zullen we onderzoeken of stelselmatige onder advisering ten gevolge van onbewuste vooroordelen hieraan ten grondlaag ligt.

Vervolgens kunnen scholen leerlingen identificeren die wel degelijk (leer)talent hebben maar door te weinig steun of stimulatie vanuit het gezin of de thuissituatie onder hun potentieel presteren. Deze kinderen komen terecht in het gemeentelijk talentenprogramma waar ze extra ondersteuning krijgen. Vanuit de school krijgen ze extra onderwijstijd voor begeleiding taal, rekenen of huiswerk. Voorbeeld van een dergelijk project is het Meerkunners project op de Slotermeerschool. Dot is conform het advies van de VO raad om het schaduwonderwijs uit de schaduw te trekken en toegankelijk te maken voor alle kinderen, met name de kinderen die het het hardst nodig hebben.

De eerste pijler van dit programma is dus de onterechte en structurele onder advisering op te sporen en extra schooltijd aan te bieden. Schoolleiders en leraren krijgen een training om hen bewust te maken van eventuele vooroordelen of andere factoren die meenspelen bij eventuele onder advisering. Daarnaast worden leerlingen geïdentificeerd die dreigen op een opleiding onder het passende niveau te komen. Deze leerlingen kunnen vervolgens in samenwerking met de scholen extra leertijd en ondersteuning krijgen.

De tweede pijler is het versterken van de ‘warme overdracht’ voor alle overgangen. Maar in het bijzonder voor kinderen die als eerste binnen generaties naar het HAVO of  VWO willen en kunnen. Omdat het HAVO/VWO voor deze ‘first timers’ onbekend terrein is weten ouders gemiddeld weinig over wat er precies van de leerlingen op school wordt verwacht. Daarom is de tweede pijler van het talenten programma een warme overdracht in de vorm van spitsklassen, naar voorbeeld van de succesvolle aanpak op  4e Gymnasium:

Spitsklassen; dit zijn klassen waar kinderen voorafgaand aan het moment dat zij voor een middelbare school moeten kiezen aan kunnen deelnemen. In deze spitsklassen worden zij zacht voorbereid op de overgang basisschool /middelbare school. De spitsklassen bereiden de kinderen voor op de hoeveelheid huiswerk die ze kunnen verwachten. Ook zullen leerlingen die al op een categoraal gymnasium of VWO/HAVO zitten in die klassen delen over hoe het is op zo’n school, wat je als nieuwe leerling kan verwachten en wat er van de school van jou wordt verwacht.

De derde pijler is voortijdig schooluitval voorkomen en leerlingen op het niveau houden dat recht doet aan hun leerpotentie. De leerlingen van ouders met een lagere sociaal economische status of migratie achtergrond zijn tevens de leerlingen die eenmaal terechtgekomen op het VWO of HAVO ook weer het snelst uit vallen. Daarom is de derde pijler van het programma de huiskamers op of in de buurt van de school.

Huiskamers; dit zijn leslokalen, ingericht als huiskamer waar kinderen terecht kunnen die thuis niet de rust of de mogelijkheden hebben om geconcentreerd en met een beetje hulp van ouders of verzorgers hun huiswerk te maken. Ook hier weer om de nadelige effecten van het commerciële schaduwonderwijs te compenseren.

Een laatste inzet om de kansengelijkheid maar met name de toegankelijkheid van scholen voor alle kinderen te vergroten is:

Diversiteit onder het leraren bestand. Dit is een doelstelling die lastig is te realiseren, maar toch moet het. Een divers lerarenbestand, in de meest brede zin van het woord: dus een goede afspiegeling met betrekking tot de verhouding mannen en vrouwen, sociaal economische achtergrond en culturele achtergrond zal er voor zorgen dat de obstakels waar een diverse leerlingenpopulatie tegen aan kan lopen beter wordt begrepen en daardoor beter kan worden begeleid. Culturele sensitiviteit is hierbij een sleutelwoord.

Mentor en rolmodel trajecten. Het inzetten van mentoren en rolmodellen is een beproefd middel om kwetsbare leerlingen extra te steunen en ze op het juiste (leer)pad te houden. Op dit moment is het aanbod rijk en gevarieerd, maar de financiering daarvan versnipperd. In het talentenprogramma gaat de gemeente aan tafel met Jinc, Schoolscool, SKC, de Weekend academie, IMC Weekendschool, Studiezalen, New Urban Collective en alle andere organisaties die al fantastisch werk doen om zowel het aanbod als de financiering ervan meer structuur en samenhang te geven.

[1] https://www.voraad.nl/system/downloads/attachments/000/000/278/original/20170125BriefVO-raadoverKansengelijkheidvoornota-overleg.pdf?1485341738

[2] De staat van het onderwijs. Onderwijsverslag 2014/2015.  Gepubliceerd door de Inspectie van het Onderwijs. Zie https://www.destaatvanhetonderwijs.nl/documenten/rapporten/2016/04/13/svho-2014-2015

[3] De staat van het onderwijs. Onderwijsverslag 2014/2015.  Gepubliceerd door de Inspectie van het Onderwijs. P. 21-23

[4] 60% van de VWO leerlingen is autochtoon, 13% is van westers allochtone afkomst. Slechts 28% van de leerlingen op die scholen is van niet-westerse allochtone afkomst.  Zie voor meer informatie http://www.ois.amsterdam.nl/pdf/2016_jaarboek_hoofdstuk_06.pdf

[5] Minder dan 20% van de leerlingen op die scholen heeft een migratie achtergrond, http://www.ois.amsterdam.nl/assets/pdfs/2016_segregatie%20in%20het%20onderwijs.pdf

[6] Zie het rapport van de onderwijsinspectie “De staat van het onderwijs” p. 22 -24, https://www.onderwijsinspectie.nl/actueel/nieuws/2016/04/13/onderwijsinspectie-kansenongelijkheid-groeit

Eén van de grootste problemen in Amsterdam in het heden maar ook voor de toekomst is de te krappe woning voorraad. Dit probleem is niet nieuw maar loopt wel als een rode draad door alle politieke onderwerpen heen. Niet alleen hebben we een lerarentekort waarvan een van de belangrijkste oorzaken is dat leraren geen woning kunnen vinden, ook de huisvesting van maatschappelijk kwetsbare groepen zoals dakloze gezinnen is onvoldoende en de uitstroom van de maatschappelijke opvang naar een zelfstandige woning loopt ook spaak. De wachttijd voor een sociale huurwoning is gemiddeld nog steeds 10 jaar, en ook daar verloopt de doorstroom naar midden huur woning stroef.

Sociale woningen zijn er voldoende  de stad (57%), dure woningen ook. Wat Amsterdam nodig heeft zijn woningen in het middensegment. D66 heeft hier de afgelopen 4 jaar al stevig op ingezet. Zeker nu de economie goed op stoom is het devies: bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Tijdens de crisis heeft de ontwikkeling een tijd lang stil gelegen en dat zal zeker in de toekomst nog wel plaatsvinden. Daarom, nu is het moment: de rente is laag, het vertrouwen in de economie is sterk genoeg voor lange termijn investeringen.

Een manier om woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad is het verdichten van gebieden die in eerste instantie eigenlijk te open en te wijds zijn opgezet. Een concreet voorbeeld van een gebied dat vanuit stedenbouwkundig perspectief te wijds is opgezet zijn de westelijk tuisteden. Dit is het gebied oftewel Nieuw west. Destijds, tijdens de ontwikkeling van dat gebied, was het idee veel ruimte, veel lucht en de huizen wijdverspreid. Tegenwoordig weten we dat juist dat soort bouw een ‘unheimisch’ gevoel geeft. Toonaangevende architecten[1], waaronder Sjoerd Soeters, zien mogelijkheden om dat soort gebieden te verdichten. Dat levert én extra woningen op én die woonwijken zullen aangenamer worden. Vanzelfsprekend dient bij de nieuw te bouwen woningen duurzaamheid het uitgangspunt te zijn.

[1] Zie bijvoorbeeld: https://www.archined.nl/2012/09/de-geschiedenis-van-de-westelijke-tuinsteden

Amsterdam kan zich wel wat ambitie veroorloven op het gebied van onderwijs. We doen het al hartstikke goed. Amsterdam heeft inmiddels 15 excellente scholen, verspreid door de hele stad. Wat Amsterdam, in mijn visie nog mist is een toonaangevend categoraal Technasium. Het oprichten van een toonaangevend Technasium in stadsdeel Zuidoost is een kans voor het Amsterdamse onderwijs en een kans voor stadsdeel Zuidoost. Juist dat Stadsdeel heeft ruimte om te bouwen en heeft een royaal aanbod aan technische bedrijven die samenwerkingen met de school aan kunnen gaan. Bedrijven zoals Tesla, Cisco, het AMC, ING, Nuon Vattenfall, Peugeot/Citroen en Hhuawei en vele anderen geven stadsdeel zuidoost de status van ‘ICT Hub’.[1]  De samenwerking tussen de bedrijven en de school biedt mogelijkheden zowel voor het uitwisselen van informatie, technologie en gastdocenten als voor het bieden van kansen aan leerlingen in de vorm van stageplekken. Deze school zal een regiofunctie vervullen een enorme trekker zijn voor Zuidoost. Vergelijkbaar met het succes van het Hyperion en de positieve invloed die de komst van deze school heeft op stadsdeel Noord.

[1] Zie voor meer informatie over stadsdeel Zuidoost de gebiedsanalyse Zuidoost: http://www.ois.amsterdam.nl/nieuws/gebiedsanalyses-gebiedsgericht-werken

Omdat de stad blijft groeien staat het denken over en het onderhouden van de lokale democratie, dichtbij de Amsterdammers, nooit stil. Voor de komende periode zullen de hoofdlijnen van de vastgestelde nota bestuurlijk stelsel moeten worden uitgewerkt.

In het huidige plan is bepaald dat er 22 adviescommissie komen door de hele stad, met in elk stadsdeel een benoemd stadsdeel bestuurder. In mijn visie is het heel belangrijk dat er budget beschikbaar blijft op decentraal niveau om lokale burgerinitiatieven op bijvoorbeeld de thema’s: duurzaamheid, depolarisatie, buurtbetrokkenheid, jongerenwerk en stageplekbemiddeling te kunnen blijven steunen. Juist in een diverse en groeiende stad als Amsterdam is de lokale politiek in staat om initiatieven te herkennen en te ondersteunen die recht doen aan het karakter van het stadsdeel of de buurt. Dat is pas werkelijk maatwerk, iets waar D66 altijd op hamert.

Vooropgesteld wil ik graag benadrukken dat voorzichtigheid en zorgvuldigheid met beschuldigen van racisme en discriminatie van het allergrootste belang is. Dit omdat wanneer alles op een gegeven moment wordt bestempeld als racisme of discriminatie is tegelijkertijd ook niks meer racisme en discriminatie. Net als de waarde van geld is ook de waarde van woorden onderhevig aan inflatie. Als de termen te lichtzinnig worden gebruikt verliezen ze aan kracht.

Dus, wees zorgvuldig met deze krachttermen. Echter, er is echt wel wat aan de hand in Nederland op het moment. Dat geldt ook voor de vrijzinnige en van oorsprong tolerante stad Amsterdam. Ook in Amsterdam is er sprake van structurele en diepgewortelde discriminatie op de arbeidsmarkt. Zo hebben meisjes met een hoofddoek en jongens met een Marokkaanse achtergrond moeite om een stageplek te vinden.[1] Waardoor de (start)positie op de arbeidsmarkt aanzienlijke slechter is dan voor autochtone jongeren.

Ook het Researchcenter voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit van Maastricht concludeert dat allochtone jongeren met een mbo- of hbo-diploma op zak  veel moeilijker aan een baan komen dan autochtone. Tweede generatie niet-westerse allochtonen maken drie keer zoveel kans om werkloos te worden als autochtonen. [2]

Er is niks pijnlijker en gevaarlijker dan wegkijken of een probleem negeren als duidelijk iets aan de hand is. Ik wil graag in een stad wonen waar we nog voor elkaar durven op te komen. Het negeren of bagatelliseren van duidelijke vormen van discriminatie en racisme is enerzijds zeer pijnlijk voor de slachtoffers maar laat anderzijds ook een glijdende schaal zien waar we ons als Amsterdam niet op willen begeven. Dus als het aan mij ligt gaat D66 zich fermer uitspreken in deze discussie.

[1] http://nos.nl/artikel/2094155-stagiaire-met-hoofddoek-niet-gewenst.html

[2] Schoolverlaters tussen arbeidsmarkt en onderwijs 2015. P.135 zie www.roa.nl

Na jaren van crisis is de economie weer aangetrokken. Mede door de toeristensector, wat, ondanks de drukte en overlast, een belangrijke factor is in de economische stabiliteit van Amsterdam. Hetzelfde geldt overigens voor andere wereldsteden zoals Parijs, New York, Londen. Dat zijn ook steden met een bloeiende toeristensector en veel drukte op straat.

Waar Amsterdam last van heeft is dat het leeuwendeel van die toeristen zich in de (historische) binnenstad ophoopt. En eigenlijk is het dus een infrastructuur probleem. En een luxeprobleem. Vraag de gemiddeld Rotterdammer waar zij last van hebben en ze komen met hele andere problemen aanzetten. Als je dan als Amsterdammer zegt dat de hoeveelheid toeristen het grootste probleem is kijken ze je toch een beetje raar aan.

Een aantal ideeën om de infrastructuur van de stad te verbeteren:

-Metro: investeer in een oost-west lijn

-Stadsdeel Noord moet beter ontsloten worden door extra tunnel en bruggen

-Dependance van het Stedelijk museum of Rijksmuseum aan de Sloterplas, bereikbaar met de metro.

-De Historische binnenstad op termijn autovrij, de rest van het centrum autoluw

-Brede en duidelijke fietspaden, zoals de geslaagde proef in de Sarphatistraat.

-Parkeergarages onder grond: Bouw de Singelgracht garage af. De voorbereidingsplannen zijn al klaar.

-Ontwerp een plan voor ondergrondse parkeergarages onder de hele Singelgracht. Zodat bezoekers en mensen die daar werken de auto altijd kwijt kunnen aan de randen van de binnenstad en vervolgens met openbaar vervoer, te voet of met de fiets de binnenstad kunnen bereiken.

In 2014 is het zogenoemde passend onderwijs ingevoerd. Meer zorgkinderen moesten naar reguliere scholen en het aantal thuiszitters zou worden teruggedrongen. De praktijk bleek weerbarstiger. Aldus de oud-kinderombudsman Marc Dullaert.

Het doel van de wet passend onderwijs is om kinderen die met wat extra zorg naar het reguliere onderwijs kunnen ook naar het reguliere onderwijs te laten gaan in plaats van naar het aparte special onderwijs.  In de praktijk blijkt dat reguliere basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs het ingewikkeld vinden om een passende plek te vinden voor leerlingen met een beperking of een behoefte aan specifieke aandacht en zorg. Het gevolg is dat er te veel kinderen tussen wal en schip vallen en thuis komen te zitten.

In Alkmaar is de eerste klas op wielen gestart.[1] In een Klas op Wielen gaan kinderen met een meervoudige beperking naar een gewone basisschool. Ze hebben een aangepast klaslokaal waar ontwikkelingsgerichte activiteiten plaatsvinden. Daarnaast krijgen ze ook les met de leerlingen van de reguliere basisschool, bijvoorbeeld in muziek en creatieve vakken. In de pauze spelen alle kinderen met elkaar op het schoolplein. Op deze manier groeien kinderen met en zonder beperking gewoon samen op en kunnen ze spelenderwijs van elkaar leren. Deze vorm van inclusief onderwijs is een enorm succes. Ook in Amsterdam is er behoefte aan deze innovatieve vorm van inclusief onderwijs. Mijn ambitie is om in ieder geval in elk stadsdeel een dergelijke klas te realiseren, zodat alle kinderen in Amsterdam naar school kunnen en er geen kind meer thuis hoeft te zitten.

[1] http://www.klasopwielenalkmaar.nl

Wilt u over deze ideeën meepraten of heeft u zelf ideeën?

Neem dan contact op via het contactformulier.

CONTACT OPNEMEN

“When you are good at something, you should continue to do it. Too many players have stopped at a relatively young age”

Jan Timman

“If you don’t like someone’s story, write your own”

Chinua Achebe

“If you obey all the rules you miss all the fun”

Katharine Hepburn